slogan3

Houd me begeleiding bij het implementeren van Schone Architectuur voor een multi-tenant toepassing

description

Door deze prompt te gebruiken, ontvangt u gestructureerde richtlijnen voor het implementeren van principes van Schone Architectuur in een multi-tenant omgeving, wat zorgt voor effectief resourcebeheer en beveiligingsmaatregelen, en uiteindelijk leidt tot een meer schaalbare en onderhoudbare toepassing.

prompt

try_prompt

Help me een framework voor Schone Architectuur ontwerpen dat is afgestemd op mijn multi-tenant toepassing gericht op {{toepassingsfocus}}. Geef aanbevelingen over hoe de architectuur t ... more
generate_helper
disclaimerOnPageApi image_legal_disclaimer...

ai_answers

provider: openai
model: gpt-4.1-nano
Natuurlijk, hier is een voorstel voor een framework voor Schone Architectuur (Clean Architecture) dat is afgestemd op jouw multi-tenant SaaS-platform voor projectbeheer: 1. **Architectuurlaagindeling** - **Core (Domeinlaag):** - Definieer de kernbusinesslogica en domeinmodellen, zoals projectbeheer, taken, gebruikers en rollen. - Zorg dat deze laag tenant-onafhankelijk is, en bevat geen infrastructuur- of presentatie-specifieke code. - **Applicationlaag:** - Bevat use-cases en service-logica die de domeinlaag aanstuurt. - Beheer van tenant-specifieke parameters en regels. - **Infrastructuurlaag:** - Implementaties van repositories, database toegang, API's, en andere infrastructuurcomponenten. - Ondersteunt multi-tenant opslag en isolatie. 2. **Tenant-isolatie** - **Schema-gebaseerde isolatie:** - Gebruik aparte database-schema's per tenant voor strikte isolatie. - **Tenant-ID in gegevens:** - Voeg een tenant-ID toe aan elke record en filter gegevens op tenant bij elke query. - **Multi-schema vs. gedeelde schema:** - Kies afhankelijk van schaal en beheerscomplexiteit, schema-gebaseerd voor strikte isolatie, gedeeld schema voor eenvoud. - **Authenticatie en autorisatie:** - Implementeer role-based access control (RBAC) en tenant-identificatie bij elke aanvraag. 3. **Gedeelde bronnen definiëren** - **Gemeenschappelijke services:** - Gebruik gedeelde services (bijv. notificaties, logging) die tenant-onafhankelijk zijn. - **Tenant-specifieke resources:** - Beheer resources zoals databases en opslag op basis van tenant-ID of schema. - **API-gateway:** - Routing en filtering op basis van tenant-ID voor toegangscontrole en resourcebeheer. 4. **Beveiligingsmaatregelen** - **Authenticatie en autorisatie:** - Gebruik OAuth2, JWT of vergelijkbare standaarden voor veilige toegang. - **Data-isolatie:** - Zorg dat queries altijd tenant-gefilterd zijn. - **Beveiliging van infrastructuur:** - Implementeer netwerkbeveiliging, encryptie in rust en tijdens transport, en regelmatige security audits. - **Auditing en logging:** - Houd gedetailleerde logs bij voor compliance en incidentrespons. 5. **Schaalbaarheid en onderhoudbaarheid** - **Modulair ontwerp:** - Scheid componenten en diensten zodat ze onafhankelijk kunnen worden geschaald en onderhouden. - **Containerisatie:** - Gebruik Docker/Kubernetes voor schaalbare en consistente deployment. - **Automatisering:** - Continuous Integration/Continuous Deployment (CI/CD) pipelines voor snelle updates en bugfixes. - **Monitoring:** - Implementeer monitoring (bijv. Prometheus, Grafana) voor prestatie en gezondheid van het systeem. --- **Samenvatting:** - Structuur je applicatie volgens clean architecture principes, met duidelijke scheiding van domein, applicatie en infrastructuur. - Implementeer tenant-isolatie via schema's of tenant-ID's en zorg dat alle data-toegang tenant-gefilterd is. - Beveilig je platform door strikte authenticatie, autorisatie en data-isolatie, en houd het schaalbaar door modulaire en gecontaineriseerde infrastructuur. - Onderhoudbaarheid wordt gewaarborgd door automatisering, monitoring en een modulaire opbouw. Wil je een gedetailleerder ontwerp of voorbeelden van implementatie?
provider: deepseek
model: deepseek-chat
Zeker, hier is een framework voor Schone Architectuur (Clean Architecture) afgestemd op jouw multi-tenant SaaS-projectbeheerplatform. Ik richt me op de kernprincipes van Robert C. Martin, uitgebreid met multi-tenant specifieke overwegingen. ### **Overzicht van de Schone Architectuur voor Multi-Tenant SaaS** Het doel is een duidelijke scheiding van belangen, onafhankelijkheid van frameworks, en testbaarheid, met een sterke focus op tenant-isolatie. **Architectonische Lagen:** 1. **Domain Layer (Kern)** 2. **Application Layer (Use Cases)** 3. **Infrastructure Layer (Externe Afhankelijkheden)** 4. **Presentation Layer (Interface)** Laten we deze lagen nu invullen voor jouw specifieke context. --- ### **1. Domain Layer (De Hartslag van je Applicatie)** Deze laag bevat de bedrijfslogica en -regels. Hij is volledig onafhankelijk van alle andere lagen. Er zijn hier geen externe afhankelijkheden. * **Entiteiten (Entities):** Dit zijn je kernobjecten, zoals `Project`, `Taak`, `Gebruiker`, `Tenant`. Een `Tenant` entiteit heeft een unieke `TenantId`. * **Waarde-Objecten (Value Objects):`ProjectStatus`, `Prioriteit`. * **Domain Services:** Bevatten complexe bedrijfslogica die niet natuurlijk in één entiteit past. Bijv. `TenantOnboardingService` die de logica bevat voor het inrichten van een nieuwe tenant. * **Domain Events:** Bijv. `TenantAangemaaktEvent`, `ProjectGearchiveerdEvent`. Andere delen van het systeem kunnen hiernaar luisteren. **Multi-Tenant Aanbeveling:** * **Tenant-ID als Eerste-Class Burger:** Elke entiteit die tenant-specifiek is, moet een `TenantId` veld bevatten. Dit is een fundamenteel onderdeel van je domeinmodel. * **Gedeelde Domeinmodellen:** Definieer duidelijk welke entiteiten tenant-specifiek zijn (bijv. `Project`) en welke gedeeld zijn over alle tenants (bijv. een `Land`-referentietabel, hoewel dit ook tenant-specifiek kan zijn). --- ### **2. Application Layer (De Werkvloer)** Deze laag bevat use cases en coördineert de stroom van gegevens naar en vanuit de domain layer. * **Use Cases / Application Services:** Bijv. `CreateProjectUseCase`, `AddUserToTenantUseCase`. Elke use case vertegenwoordigt één enkele actie die een gebruiker (of systeem) kan uitvoeren. * **Data Transfer Objects (DTOs):** Speciale objecten voor het in- en uitvoeren van gegevens van use cases. Ze zijn afgestemd op de UI/API, niet op het domeinmodel. * **Interfaces (Contracts):** Hier definieer je de interfaces voor repositories en services die de application layer nodig heeft (bijv. `IProjectRepository`, `IEmailService`). De implementatie staat in de infrastructure layer. **Multi-Tenant Aanbeveling:** * **Automatische Tenant-Context:** Elke use case moet impliciet de `TenantId` van de huidige aanvrager kennen. Dit wordt meestal ingesteld door de presentation layer (bijv. vanuit een JWT-token) en doorgegeven aan de use case. * **Use Case Validatie:** De use case moet valideren of de aangemelde gebruiker wel toegang heeft tot de betreffende tenant en of hij de actie mag uitvoeren. Dit is de eerste verdedigingslinie. --- ### **3. Infrastructure Layer (De Verbinding met de Buitenwereld)** Hier leven alle implementatiedetails. Deze laag is afhankelijk van de domain en application layers (via de interfaces). * **Data Access:** * **Repositories:** Implementaties van de `IProjectRepository`, enz. gebruikmakend van Entity Framework, Dapper, etc. * **DbContext / Data Mappers:** Bevat de logica voor het vertalen van domeinobjecten naar database-records. * **Externe Services:** Implementaties van `IEmailService` (bijv. met SendGrid), `IFileStorageService` (bijv. met AWS S3). * **Authenticatie & Autorisatie:** Integratie met IdentityServer, Auth0, of een ander identiteitsprovider. **Multi-Tenant Aanbeveling:** * **Database Strategie:** * **Aanbevolen: Geïsoleerde Databases per Tenant:** Biedt de beste beveiliging, isolatie en prestaties. Het meest geschikt voor enterprise-klanten of tenants met strikte compliance-eisen. Schaalbaar, maar complexer qua beheer. * **Alternatief: Gedeelde Database, Geïsoleerde Schema's:** Goede isolatie, maar ondersteund niet door alle ORM's even goed. * **Meest Gebruikte: Gedeelde Database, Tenant-ID Filter:** Eén database waarin alle rijen een `TenantId` hebben. **Dit is waar de architectuur het meest oplet.** * **Repository Implementatie (voor gedeelde database):** Je repository moet **altijd** een query filteren op `TenantId`. Gebruik hiervoor Entity Framework's [Global Query Filters](https://learn.microsoft.com/en-us/ef/core/querying/filters) of een vergelijkbaar mechanisme in andere ORM's. Dit voorkomt per ongeluk data lekken tussen tenants. ```csharp // Voorbeeld in je DbContext modelBuilder.Entity<Project>().HasQueryFilter(p => p.TenantId == _currentTenantId); ``` * **Resource Isolatie:** Zorg ervoor dat bestanden (uploads) in een tenant-specifieke map in je cloudopslag worden geplaatst (bijv. `tenants/{tenantId}/uploads/`). --- ### **4. Presentation Layer (Het Gezicht)** Dit is je API (REST, GraphQL) of Web UI. Deze laag is afhankelijk van de application layer. * **Controllers / API Endpoints:** Ontvangen HTTP-requests, valideren invoer, roepen de juiste use case aan, en retourneren een response. * **Auth Middleware:** Deze is cruciaal. Hij is verantwoordelijk voor: 1. Authenticeren van de gebruiker. 2. **De `TenantId` uit de request halen** (bijv. uit een JWT-claim, een subdomein, of een custom header). 3. Deze `TenantId` instellen in een `TenantContext`-service (een Scoped dependency in DI) die beschikbaar is voor de rest van de aanvraag. --- ### **Kernaanbevelingen voor Tenant-Isolatie, Beveiliging en Schaalbaarheid** #### **A. Tenant-Isolatie Beheren** 1. **Tenant Context Pattern:** Maak een `ITenantContext` interface in de application layer en implementeer deze in de infrastructure layer. Deze service bevat de `CurrentTenantId` en eventueel andere tenant-informatie voor de duur van de request. 2. **Query Filtering (Zo belangrijk!):** Gebruik, zoals gezegd, globale query filters om te garanderen dat geen enkele query per ongeluk data van een andere tenant kan ophalen. 3. **Database Connectie Pooling:** Bij een gedeelde database strategie, gebruik je gewoon één connection string. Bij een geïsoleerde database strategie, heb je een mechanisme nodig (bijv. een `ITenantConnectionFactory`) die de juiste connection string kiest op basis van de `CurrentTenantId`. #### **B. Gedeelde Bronnen Definiëren** 1. **Globale/Systeem-Tenant:** Creëer een speciale "Systeem"-tenant (`TenantId = 0` of `NULL`) voor beheerdersactiviteiten, platformbrede instellingen en gedeelde referentietabellen (als je kiest voor een gedeelde aanpak). 2. **Soft Multi-Tenancy:** Bepaal welke features of entiteiten gedeeld kunnen zijn. Bijvoorbeeld: * **Tenant-Specifiek:** Projecten, taken, gebruikers *binnen* de tenant. * **Gedeeld (Systeem):** Een catalogus van beschikbare projecttemplates die alle tenants kunnen gebruiken. 3. **Abstractie:** Definieer interfaces voor services die anders werken voor gedeelde vs. tenant-specifieke resources (bijv. `IResourceService`). #### **C. Beveiligingsmaatregelen Implementeren** 1. **Autorisatie op Meerdere Niveaus:** * **Tenant-Level:** Is de gebruiker lid van deze tenant? (Afgedwongen door de `TenantId` in de token te koppelen aan de `TenantContext`). * **Role-Based Access Control (RBAC) binnen de Tenant:** Heeft de gebruiker de rol "ProjectBeheerder" binnen deze tenant? (Bijv. gebruikmakend van Policy-based autorisatie in ASP.NET Core). * **Resource-Level:** Is deze gebruiker de eigenaar van deze specifieke taak? (Afgedwongen in de use case of domain service). 2. **Geen Impliciet Vertrouwen:** Valideer altijd opnieuw of een gebruiker bij een resource (`ProjectId`) hoort, zelfs als je de `TenantId` al hebt. Een kwaadwillende gebruiker zou een geldig `ProjectId` van een andere tenant kunnen raden. #### **D. Schaalbaarheid en Onderhoudbaarheid Waarborgen** 1. **Verticale Scheiding:** Elke laag heeft een duidelijke verantwoordelijkheid. Dit maakt het eenvoudig om teams op te splitsen (bijv. een domain team, een UI team). 2. **Domain Events voor Ontkoppeling:** Gebruik domain events om verschillende bounded contexts losjes te koppelen. Bijv.: wanneer een `TenantAangemaaktEvent` wordt gepubliceerd, kan een aparte handler in de infrastructure layer een geïsoleerde database inrichten en een welkomstmail sturen, zonder dat de oorspronkelijke use case hiervan op de hoogte is. 3. **Caching:** Implementeer een cache-strategie (bijv. met Redis) die de `TenantId` in de cache-sleutel opneemt (bijv. `"tenant_{tenantId}_projects"`) om cache-vervuiling tussen tenants te voorkomen. 4. **Monitoring en Logging:** Neem de `TenantId` op in al je logs. Dit is onmisbaar voor debugging en het analyseren van tenant-gerelateerde problemen. ### **Conclusie** Dit framework biedt een robuuste basis. De sleutel tot succes in een multi-tenant omgeving is de **`TenantId`** door de hele aanvraagstroom heen consistent te houden en te gebruiken. Door dit centraal te stellen in je domain model en het af te dwingen via technieken als query filters, bouw je een veilig, schaalbaar en onderhoudbaar SaaS-platform. Je kunt beginnen met de "gedeelde database" strategie voor eenvoud en later, indien nodig, evolueren naar "geïsoleerde databases" voor specifieke (grotere) tenants, zonder je core domain logic te hoeven veranderen – een direct voordeel van de Schone Architectuur.