Help me bij het implementeren van een logstrategies met context in mijn Go-toepassing
description
Het implementeren van context-gebaseerd loggen verbetert de observeerbaarheid van je toepassing, waardoor het makkelijker wordt om problemen te traceren en de stroom van de toepassing te begrijpen.
prompt
try_prompt
Leid me door het proces van het implementeren van een logstrategie die gebruikmaakt van context voor betere traceerbaarheid in mijn Go-toepassing. Leg uit hoe logberichten gestr ... more
generate_helper
...
tags
ai_answers
provider: openai
model: gpt-4.1-nano
Natuurlijk! Hier is een stapsgewijze gids voor het implementeren van een logstrategie met context in jouw toepassing, inclusief voorbeelden en best practices:
### 1. Bepaal de structuur van je logberichten
Gebruik gestructureerde logging, bijvoorbeeld in JSON-formaat, zodat je gemakkelijk contextuele gegevens kunt doorzoeken en analyseren. Een typisch logbericht bevat:
- **Tijdstempel**
- **Logniveau** (bijvoorbeeld INFO, ERROR)
- **Bericht**
- **Contextgegevens** (bijvoorbeeld request ID, user ID, etc.)
- **Eventgegevens** (optioneel)
Voorbeeld van een gestructureerd logbericht:
```json
{
"timestamp": "2024-04-27T12:34:56Z",
"level": "INFO",
"message": "Gebruiker succesvol ingelogd",
"context": {
"request_id": "12345",
"user_id": "user_6789"
}
}
```
### 2. Gebruik een logbibliotheek die context ondersteunt
In Go kun je bijvoorbeeld gebruik maken van `logrus`, `zap` of `zerolog`. Deze ondersteunen het toevoegen van velden aan logs.
Voorbeeld met `logrus`:
```go
import (
"github.com/sirupsen/logrus"
)
var log = logrus.New()
// Voeg standaard velden toe die in alle logs gebruikt worden
func init() {
log.SetFormatter(&logrus.JSONFormatter{})
}
```
### 3. Doorgeven van context
Gebruik de `context.Context` struct om gegevens zoals request ID door te geven. Je kunt custom velden aan de context toevoegen.
Voorbeeld:
```go
import (
"context"
)
type key int
const requestIDKey key = 0
func WithRequestID(ctx context.Context, requestID string) context.Context {
return context.WithValue(ctx, requestIDKey, requestID)
}
func GetRequestID(ctx context.Context) string {
if v := ctx.Value(requestIDKey); v != nil {
return v.(string)
}
return ""
}
```
### 4. Logging met contextinformatie
Wanneer je logs schrijft, haal je de contextgegevens op en voeg je die toe aan je logberichten.
Voorbeeld:
```go
func handleRequest(ctx context.Context) {
requestID := GetRequestID(ctx)
log.WithFields(logrus.Fields{
"request_id": requestID,
}).Info("Verwerking van verzoek gestart")
// verder verwerking
}
```
### 5. Voorbeeld met specifiek context: 12345
Stel dat je een request ID hebt van `12345`. Hoe je dat doorgeeft en logt:
```go
func main() {
ctx := context.Background()
ctx = WithRequestID(ctx, "12345")
handleRequest(ctx)
}
func handleRequest(ctx context.Context) {
requestID := GetRequestID(ctx)
log.WithFields(logrus.Fields{
"request_id": requestID,
}).Info("Verzoek ontvangen en verwerking gestart")
// Simuleer verdere verwerking
log.WithFields(logrus.Fields{
"request_id": requestID,
"status": "voltooid",
}).Info("Verwerking voltooid")
}
```
### Samenvatting
- Gebruik gestructureerde logs (bijvoorbeeld JSON)
- Voeg relevante contextgegevens toe via `context.Context`
- Haal deze gegevens op bij het loggen en voeg ze toe aan elk logbericht
- Voor specifieke context zoals `12345`, zorg dat deze wordt doorgegeven via de `context` en zichtbaar wordt in de logs
Zo krijg je een consistente, traceerbare loggingstrategie die je helpt bij het debuggen en monitoren van je applicatie.
provider: deepseek
model: deepseek-chat
Ik zal je begeleiden bij het implementeren van een logstrategie met context in Go. Hier is een stapsgewijze uitleg:
## 1. Basisstructuur voor contextuele logging
```go
package main
import (
"context"
"log"
"os"
)
type LogContext struct {
TraceID string
UserID string
RequestID string
Component string
}
type ContextLogger struct {
*log.Logger
}
```
## 2. Context-sleutels definiëren
```go
type contextKey string
const (
logContextKey contextKey = "logContext"
)
// Functie om context toe te voegen
func WithLogContext(ctx context.Context, lc LogContext) context.Context {
return context.WithValue(ctx, logContextKey, lc)
}
// Functie om context op te halen
func GetLogContext(ctx context.Context) (LogContext, bool) {
lc, ok := ctx.Value(logContextKey).(LogContext)
return lc, ok
}
```
## 3. Gestructureerde logging functies
```go
func (cl *ContextLogger) Info(ctx context.Context, message string) {
if lc, ok := GetLogContext(ctx); ok {
cl.Printf("INFO [trace:%s] [user:%s] [request:%s] [component:%s] %s",
lc.TraceID, lc.UserID, lc.RequestID, lc.Component, message)
} else {
cl.Printf("INFO %s", message)
}
}
func (cl *ContextLogger) Error(ctx context.Context, message string, err error) {
if lc, ok := GetLogContext(ctx); ok {
cl.Printf("ERROR [trace:%s] [user:%s] [request:%s] [component:%s] %s: %v",
lc.TraceID, lc.UserID, lc.RequestID, lc.Component, message, err)
} else {
cl.Printf("ERROR %s: %v", message, err)
}
}
```
## 4. Gebruik in je applicatie
```go
func main() {
// Logger initialiseren
logger := &ContextLogger{
Logger: log.New(os.Stdout, "", log.LstdFlags),
}
// Basis context
ctx := context.Background()
// Context met logging informatie toevoegen
logCtx := LogContext{
TraceID: "12345", // Jouw specifieke logging context
UserID: "user-67890",
RequestID: "req-abc123",
Component: "api-server",
}
ctx = WithLogContext(ctx, logCtx)
// Gebruik de contextuele logger
processRequest(ctx, logger)
}
func processRequest(ctx context.Context, logger *ContextLogger) {
logger.Info(ctx, "Request verwerking gestart")
// Simuleer wat werk
logger.Info(ctx, "Database query uitgevoerd")
// Simuleer een fout
logger.Error(ctx, "Verwerking mislukt",
fmt.Errorf("timeout bij externe service"))
logger.Info(ctx, "Request verwerking voltooid")
}
```
## 5. JSON-geformatteerde logging (alternatief)
```go
import "encoding/json"
func (cl *ContextLogger) JSONLog(ctx context.Context, level, message string) {
logEntry := map[string]interface{}{
"level": level,
"message": message,
"time": time.Now().Format(time.RFC3339),
}
if lc, ok := GetLogContext(ctx); ok {
logEntry["trace_id"] = lc.TraceID
logEntry["user_id"] = lc.UserID
logEntry["request_id"] = lc.RequestID
logEntry["component"] = lc.Component
}
jsonData, _ := json.Marshal(logEntry)
cl.Println(string(jsonData))
}
```
## 6. Voorbeeld output
Met je specifieke context `12345` zou de output er zo uitzien:
```
2024/01/15 10:30:00 INFO [trace:12345] [user:user-67890] [request:req-abc123] [component:api-server] Request verwerking gestart
2024/01/15 10:30:01 INFO [trace:12345] [user:user-67890] [request:req-abc123] [component:api-server] Database query uitgevoerd
2024/01/15 10:30:02 ERROR [trace:12345] [user:user-67890] [request:req-abc123] [component:api-server] Verwerking mislukt: timeout bij externe service
```
## 7. HTTP Middleware voor automatische context
```go
func LoggingMiddleware(next http.Handler) http.Handler {
return http.HandlerFunc(func(w http.ResponseWriter, r *http.Request) {
traceID := r.Header.Get("X-Trace-ID")
if traceID == "" {
traceID = "12345" // Jouw standaard context
}
logCtx := LogContext{
TraceID: traceID,
UserID: r.Header.Get("X-User-ID"),
RequestID: fmt.Sprintf("req-%d", time.Now().UnixNano()),
Component: "http-handler",
}
ctx := WithLogContext(r.Context(), logCtx)
next.ServeHTTP(w, r.WithContext(ctx))
})
}
```
Deze strategie zorgt voor:
- **Consistente traceerbaarheid** door de context `12345` in alle logs
- **Gestructureerde informatie** in elk logbericht
- **Eenvoudige correlatie** van gerelateerde gebeurtenissen
- **Uitbreidbaarheid** voor extra contextvelden
Je kunt de context eenvoudig doorgeven tussen functies en de logger zal automatisch de relevante contextinformatie includeren.

